Wat is trombose?

Ons bloed bevat stollingsfactoren. Dat zijn stoffen die zorgen voor de bloedstolling. Bloedstolling zorgt ervoor, dat een wond snel sluit en niet blijft bloeden. Ons bloed bevat ook antistollingsfactoren die een te veel aan stolling voorkomen. Zo groeit een stolsel niet verder aan. Dit systeem van stolling en antistolling moet in evenwicht zijn.

Hoe ontstaat trombose?

Een stolsel in een bloedvat ontstaat meestal wanneer er een beschadiging is, maar kan ook ontstaan wanneer het bloed onvoldoende doorstroomt. Wanneer een stolsel te ver doorgroeit kan er een stukje afbreken en verderop in een kleiner bloedvat vast gaan zitten. Soms ontstaat er een stolsel zonder dat er een wond is.
Wanneer een bloedstolsel een ader geheel of gedeeltelijk afsluit, dan is er sprake van trombose.

In welke bloedvaten komt trombose voor?

Er zijn oppervlakkige aderen, die tussen de huid en de spieren lopen. En er zijn aderen die diep onder de spieren liggen. Tussen de oppervlakkige en diepe aderen liggen verbindende aderen.

Trombose ontstaat meestal in de diep gelegen aderen of in de verbindende aderen. U heeft misschien gehoord dat u een DVT hebt. Dit staat voor diep veneuze trombose. Het is trombose van de dieper gelegen aderen of van de verbindende aderen.

Trombose (DVT) in een arm

Deze vorm van trombose komt veel minder vaak voor dan de trombose in het been. Er zijn 2 vormen bekend:

  • trombose als gevolg van katheters of pacemakerdraden in aderen van de schouder
  • spontaan optredende trombose bij jonge mensen die zwaar werk verrichten met hun armen

Risico's en complicaties

De kleppen in de aderen kunnen door trombose beschadigd raken en gaan lekken.

Hoe werken de kleppen in de aderen?

De aderen vervoeren het bloed van de weefsels terug naar het hart. De aderen hebben kleppen die de bloedstroom naar het hart toe ondersteunen. Vooral de bloedvaten van het onderbeen bevatten veel kleppen.

Als de spieren van de benen en met name de spieren van uw kuit aanspannen, dan duwen zij het bloed naar boven in de richting van het hart. Bij ontspanning van de spieren sluiten de kleppen: zo kan het bloed niet meer terug het been instromen. Alleen van onder af vullen de bloedvaten zich weer. Zo pompt u het bloed terug naar uw hart.

Dit systeem werkt alleen goed als de kleppen in de aderen goed sluiten.

Beschadiging van de kleppen door trombose

Trombose ontstaat vaak op deze kleppen en het stolsel maakt een of meerdere kleppen stuk. Hierdoor kunt u last krijgen van een verminderde afvloed van bloed. Dit uit zich in vochtophoping (oedeem) in het onderbeen.

PTS en open been

Wanneer een chronische aandoening ontstaat waarbij de aderen het bloed onvoldoende kunnen afvoeren naar het hart, dan spreken we van een posttrombotisch syndroom (PTS). Hierbij ontstaan vaak spataderen en soms ook een wond of open plek aan het been die moeilijk geneest (open been).