Ervaringsverhaal Els Richter

Els Richter

Els Rigter (66) had aanvankelijk weinig klachten toen ze te horen kreeg dat haar hartklep vervangen moest worden. Pas na de operatie merkte ze het verschil.

‘Het lijkt wel alsof ik niet meer zo pittig ben’, zei ik eind vorige zomer tegen mijn huisarts. Ernstige klachten had ik niet, ik was alleen minder ondernemend en energiek dan vroeger. Achteraf vertelde mijn man dat het hem wel was opgevallen dat ik zo langzaam fietste. Maar zoals het een lieve echtgenoot betaamt, heeft hij daar niets van gezegd. Hij dacht dat het mijn leeftijd was. Dat mijn hartklep lekte was al bekend, maar dat veroorzaakte ogenschijnlijk geen problemen. Op aanraden van de huisarts liet ik het toch maar onderzoeken. De cardioloog besloot toen een hartkatheterisatie te doen. Tot mijn grote schrik werd ik tijdens deze kijkoperatie getroffen door een licht herseninfarct: een complicatie die zelden voorkomt. Een grote tegenslag waaraan ik, ondanks mijn voorspoedige herstel, een tintelende hand heb overgehouden. Tot overmaat van ramp was de uitslag van de kijkoperatie ook niet positief. Mijn aortaklep was zo verkalkt dat ik een nieuwe nodig had. Dat was voor mij de spreekwoordelijke donderslag bij heldere hemel. Ik had toch bijna geen klachten? Als ik mijn best deed kon ik makkelijk een sprintje trekken om de trein te halen. Maar mijn opties waren helder: opereren en nog lange tijd fit door het leven gaan of niet opereren, met het risico dat ik er over een half jaar niet meer zou zijn. Langzaam drong het tot me door dat ik er niet onderuit kon. En uiteindelijk viel het me alles mee. Ondanks het feit dat mijn hartklep vervangen zou worden door middel van een relatief nieuwe operatietechniek (de Mini Aorta Valve Replacement, zie kader hieronder) was ik niet nerveus. Ik had veel vertrouwen in de chirurg, ook omdat ik hem voor de operatie kon ontmoeten. Dit is vrij ongebruikelijk, maar ik wilde graag kennismaken met degene die zich over mijn hart zou buigen. Deze ontmoeting sterkte mijn gevoel dat ik in goede handen was. En dat is ook gebleken: ik heb er een litteken van niet eens 10 centimeter aan overgehouden. Dat is natuurlijk niet het belangrijkste, maar wel mooi meegenomen. Ook ben ik weer net zo energiek als vroeger. Ik help mijn man weer in de tuin, ben terug bij mijn gymclub en mijn kleinkinderen komen twee nachtjes in plaats van één logeren. En ik kan weer huppelen! Ik was bijna vergeten hoe heerlijk dat is. Onbewust had ik mijn leven aangepast.’