Met welke onderzoeken en behandeling krijgt u te maken?
Onderzoek
Uw arts luister goed naar uw klachten en onderzoekt uw pijnlijke been of arm. De arts zoekt met u naar een oorzaak voor een mogelijke trombose: bent u bijvoorbeeld net geopereerd of heeft uw been in het gips gezeten?
De volgende onderzoeken helpen om de diagnose definitief te stellen:
Echografie toont de bloedstroom in de ader.
Duplexonderzoek geeft informatie over de snelheid en de richting van de bloedstroom.
De D-dimeerbepaling is een bloedonderzoek naar deeltjes die vrijkomen bij de vorming van een stolsel. Bij trombose komen deze deeltjes vrij ongeveer een uur na de vorming van het stolsel. De waarde in het bloed blijft hoog tot zeker een week na het begin van de trombose.
De D-dimeerwaarde is ook verhoogd bij andere ziektebeelden. Maar met de resultaten van andere onderzoeken en de D-dimeerbepaling samen is de diagnose trombose met grote waarschijnlijkheid te stellen.
Een longscan is nodig wanneer uw arts vermoedt dat u een longembolie heeft.
Een angiografie is een onderzoek waarbij de arts de aders inspuit met contrastvloeistof om ze zichtbaar te maken op een röntgenfoto. Dit onderzoek gebruiken artsen niet zo vaak.
Angiografie geeft aanvullende informatie wanneer het duplex-onderzoek geen uitsluitsel geeft. Het onderzoek geeft ook informatie over de omvang van de trombose.
Angiografie is belangrijk bij het onderzoek naar de armtrombose. Als het stolsel minder dan 8 dagen oud is, is het mogelijk het stolsel op te lossen door direct een stolseloplossend middel in te spuiten.
Behandeling
Antistollingsmiddelen
Het eerste doel van de behandeling van trombose is voorkomen van een longembolie en zorgen dat het stolsel niet verder aangroeit. Wanneer de diagnose diep veneuze trombose is gesteld, krijgt u direct antistollingsmiddelen.
Is de trombose groot of is het een trombose in het bekken dan is meestal ziekenhuisopname nodig. Ook bij een longembolie belandt u in het ziekenhuis. In het begin krijgt u tweemaal daags een prik met heparine en tegelijkertijd antistollingstabletten. Is uw bloed voldoende ontstold dan krijgt u alleen tabletten.
Bij thuiskomst ondersteunt de trombosedienst de behandeling. Zij bepalen geregeld de stollingswaarden van het bloed en stemmen de medicijnen daarop af.
Elastische kous
Het tweede doel van de behandeling is het voorkomen van nare gevolgen van de trombose op de lange duur.
U krijgt een elastische kous aangemeten. Deze kous draagt u overdag. De kous voorkomt zwelling van het been en bevordert de doorstroming van het bloed. Hiermee verkleint de kans op een herhaling van de trombose en op complicaties zoals een open been.
