Onderzoek naar de oorzaak

U heeft een beroerte gehad. Hoe kan dat nu? De dagen na een beroerte krijgt u een aantal vervolgonderzoeken om de oorzaak vast te stellen.

Onderzoeken om de oorzaak van een beroerte vast te stellen zijn:

  • bloeddrukmeting
  • hartfilmpje(ECG)
  • echo-onderzoek
  • bloedvatkatheterisatie

Bloeddrukmeting

Hoge bloeddruk is de belangrijkste risicofactor voor een beroerte. Daarom meet uw arts een aantal keer uw bloeddruk.

Hartfilmpje

Ook maakt uw arts een hartfilmpje (ECG). Een beroerte kan het gevolg zijn van een hartritmestoornis, zoals boezemfibrilleren. Bij een ritmestoornis veroorzaakt het hart soms stolseltjes. Als die losschieten en in een bloedvat in de hersenen vast komen te zitten, kan er een beroerte ontstaan. Een hartflimpje brengt uw hartritme in kaart. Soms is het nodig om het hartfilmpje gedurende langere tijd te bekijken. Dat kan via een holteronderzoek.

Echo-onderzoek

Ook kunt u een echo-onderzoek (duplexonderzoek) naar de ernst van de vernauwingen in de halsslagaders krijgen. Deze vernauwingen zijn vaak de oorzaak van een beroerte.

Bloedvatkatheterisatie

Een bloedvatkatheterisatie stelt de ernst van een vernauwing vast. De arts brengt een dun soepel buisje (katheter) via de lies naar uw halsslagader. Via de katheter komt er contrastvloeistof in uw bloedvaten. Die contrastvloeistof maakt het mogelijk om de vaten af te beelden op een röntgenfoto. Op de plek van de vernauwing is geen contrastvloeistof zichtbaar.