Bloedsomloop
De bloedsomloop bestaat uit twee delen:
- kleine bloedsomloop: het transport van het bloed tussen het hart en de longen
- grote bloedsomloop: het transport van het bloed vanuit het hart door het hele lichaam
Het bloed dat vanuit het lichaam in het hart komt, bevat veel koolzuur en weinig zuurstof. Het zuurstofgehalte moet weer aangevuld worden en het koolzuur moet het lichaam verlaten. Deze wisseltruc gebeurt in de longen. De linkerkamer pompt het zuurstofrijke bloed vervolgens de grote bloedsomloop in.
Van groot naar klein
De grote aders in uw lichaam vervoeren het zuurstofarme bloed naar de rechterboezem van uw hart. De rechterboezem vult zich met zuurstofarm bloed en trekt samen door elektrische prikkeling. De tricuspidalisklep gaat open. Het bloed stroomt naar de rechterkamer en de klep sluit weer.
De rechterkamer trekt door elektrische prikkeling samen. De pulmonalisklep gaat open, het zuurstofarme bloed wordt de longslagader ingepompt en de pulmonalisklep sluit.
Hier gaat de grote bloedsomloop over in de kleine bloedsomloop. Uw bloed is op weg naar de longen.
Van klein naar groot
In de longen vindt in de longblaasjes de uitwisseling van zuurstof en koolzuur plaats. Het zuurstofrijke bloed gaat via de longader naar de linkerboezem.
Goed gevuld met zuurstofrijk bloed trekt de linkerboezem samen en de mitralisklep gaat open. Het bloed stroomt de linkerkamer in en de mitralisklep sluit weer.
De linkerkamer trekt samen, de aortaklep gaat open en het bloed gaat met een stevige vaart de aorta (de grote lichaamsslagader) in.
Het bloed komt via de slagaders en aders weer in de rechterboezem. De achtbaan begint aan een nieuwe ronde.

Volg ons