Sarcoïdose

Wat is sarcoïdose van het hart?

Dit wordt ook wel cardiale sarcoïdose genoemd. Sarcoïdose is een ziekte waarbij spontaan ontstekingen ontstaan in verschillende organen en weefsels van het lichaam. Sarcoïdose van het hart komt bij ongeveer 5 tot 15% van alle sarcoïdosepatiënten voor. De ziekte treft vooral mensen tussen de 20 en 40 jaar.

Bij een ontstekingsreactie worden grote hoeveelheden witte bloedcellen (ook wel afweercellen of leukocyten genoemd) gemaakt die zich ophopen. Deze ophopingen worden granulomen genoemd. Ze kunnen in verschillende delen van het hart voorkomen; de linker of rechter hartkamer, het kamertussenschot, de hartklepspieren. Soms ook in de rechter en linker boezem of de hartspier. Ook kunnen ze optreden in het geleidingssysteem. Dat is het systeem dat ervoor zorgt dat het hart zich samentrekt en ontspant. De aanwezigheid van granulomen kan ertoe leiden dat het hart niet goed meer werkt. Bijvoorbeeld doordat er vertraging ontstaat in de geleiding tussen de boezems en kamers of door lekkage van de hartkleppen.

Het hart kan ook op een andere manier aangedaan worden door sarcoïdose. Dat gebeurt door longsarcoïdose. Door deze afwijking in de longen neemt de bloeddruk in de longslagader toe. Daardoor raakt de rechterkamer van het hart overbelast. Dit wordt ook wel 'hoge bloeddruk van de longen genoemd.' Dit komt bij 5 tot 15% van de mensen met sarcoïdose voor.

Klachten

Klachten zijn:

  • onregelmatige hartslag (bonzen en overslaan)
  • kortademigheid
  • pijn op de borst
  • zwelling van de benen (in een laat stadium) 

Onderzoek

Sarcoïdose van het hart kan op meerdere manieren worden aangetoond, afhankelijk van uw situatie:

    • gesprek met de patiënt (anamnese) en lichamelijk onderzoek;
    • elektrocardiogram (ECG) en continu, draagbaar 24-uurs ECG (Holter), om te kijken naar de geleiding en het hartritme;
    •  ultrageluid of sonaronderzoek van het hart (echocardiogram). Hiermee wordt gekeken naar de pompfunctie en de aan/afwezigheid van vocht in het hartzakje; 
    • nucleair of isotoop onderzoek van het hart, hierbij wordt gekeken naar een ontsteking of kransslagaderziekte (Thallium-, Gallium, MIBG-, octeotridescans);
    • magnetische resonantie (MRI) onderzoek. Hiermee wordt gekeken naar de hartspier, de pompfunctie en de aan/afwezigheid van vocht in het hartzakje;
    • soms wordt er een stukje hartspier (biopt) met behulp van een dunne katheter via de lies(slag)ader afgenomen. Vervolgens wordt onder een microscoop gekeken of de diagnose hartsarcoïdose of een mogelijke andere diagnose gesteld kan worden. Dit onderzoek wordt alleen uitgevoerd als er onduidelijkheid is over de juiste diagnose van de hartziekte;
    • in het geval van geleidingsstoornissen en/of kamerritmestoornissen kan een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) gedaan worden. Dan wordt er via katheters door de lies(slag)ader gekeken naar de elektrische bedrading en geleiding in het hart.