Vormen van cardiomyopathie
Er zijn verschillende vormen van cardiomyopathie. U leest over AVRC en dilaterende, restrictieve of hypertrofische cardiomyopathie. Wat is het verschil?
De meest voorkomende vormen (80%) van cardiomyopathie zijn:
- dilaterende cardiomyopathie
- hypertrofische cardiomyopathie
Minder vaak komen voor:
- restrictieve cardiomyopathie
- arythmogene rechter ventrikel cardiomyopathie (ARVC)
Dilaterende cardiomyopathie
Bij een dilaterende of congestieve cardiomyopathie is de linkerkamer verwijd. De hartkleppen openen en sluiten minder goed. De kans bestaat dat een hartklep gaat lekken.


Hypertrofische cardiomyopathie
Bij een hypertrofische cardiomyopathie is een deel van de hartspier verdikt. De hartholte is hierdoor kleiner. Per keer pompt het hart minder bloed rond. Als de verdikking vlakbij de aortaklep zit, belemmert deze de uitstroom van bloed. Een stugge, verdikte hartspier trekt niet goed samen en verliest aan elasticiteit. De hartkamer rekt uit en wordt wijder. Als de hartkamer verwijd is, dan is de situatie vergelijkbaar met die van de hierboven beschreven aandoening dilaterende cardiomyopathie.
Arythmogene rechter ventrikel cardiomyopathie (ARVC)
Bij een arythmogene rechter ventrikel cardiomyopathie (ARVC) is de spier van de rechterkamer veranderd in bindweefsel of vet.
Restrictieve cardiomyopathie
Bij restrictieve cardiomyopathie is het spierweefsel van het hart veranderd in stijf bindweefsel. De hartspier ontspant niet meer goed. De hartkamer vult zich onvoldoende met bloed.
