Soorten hartritmestoornissen

Hartritmestoornissen. Ze zijn er in verschillende soorten. Bij de een klopt het hart te snel of te langzaam, bij de ander klopt het onregelmatig.

De meest voorkomende hartritmestoornissen zijn:

Boezemfibrilleren (atriumfibrilleren)

Boezemfibrilleren is de meest voorkomende ritmestoornis.

Bij boezemfibrilleren is er een heel snel en onregelmatig hartritme in de beide boezems. Hierbij bewegen vele elektrische impulsen zich snel en kriskras door elkaar. De elektrische prikkel in de boezems is meer een chaotische trilling. Hierdoor trekken de boezems niet meer echt samen. De AV-knoop laat slechts een deel van de prikkels door naar de kamers. Die trekken daardoor te snel en onregelmatig samen.

Boezemfibrilleren hangt sterk samen met ouderdom, maar kan ook een reactie zijn op het gebruik van:

  • alcohol
  • koffie
  • tabak
  • cocaïne
  • amfetaminen

Boezemfibrilleren wordt altijd behandeld. Soms herstelt het normale ritme door medicijnen. Soms is een ablatie de juiste behandeling.

Bij boezemfibrilleren kunnen zich bloedstolsels vormen omdat het bloed niet goed doorstroomt. Daarom krijgt u bloedverdunnende medicijnen.

Meer informatie en 10 veel gestelde vragen.

Boezemflutter

De boezems trekken zeer snel samen (250 tot 300 slagen per minuut), terwijl de kamers veel langzamer maar nog altijd te snel en onregelmatig volgen.

Kamertachycardie

De hartkamers trekken zeer snel samen, onafhankelijk van het boezemritme. Dit is een ernstige ritmestoornis. Lees meer over kamertachycardie.

Kamerfibrilleren (ventrikelfibrilleren)

Bij kamerfibrilleren lopen de elektrische prikkels in uw hartkamers chaotisch door elkaar. Het hart slaat veel te snel, waardoor de kamers niet meer echt samentrekken. De bloedsomloop komt tot stilstand. We spreken dan van een circulatiestilstand, beter bekend als hartstilstand. Dit is een levensbedreigende situatie. Alleen een elektrische schok kan het hart weer op gang brengen. Heeft u een verhoogd risico op kamerfibrilleren? Dan overweegt uw arts om een Inwendige Cardioverter Defibrillator (ICD) te plaatsen.

Sick Sinus Syndroom

Dit is een storing in de sinusknoop. Deze maakt te weinig elektrische prikkels aan. Uw hart slaat te langzaam. Met een pacemaker is deze aandoening te verhelpen. Lees met over het Sick Sinus Syndroom.

Wolf-Parkinson-White-syndroom (WPW)

Normaal gesproken laat alleen de AV-knoop prikkels door van de boezems naar de kamers. Bij het WPW-syndroom is er een extra verbinding tussen de boezems en kamers. De elektrische prikkel kan er nu ook voor kiezen een andere weg te nemen. Dit kan ritmestoornissen veroorzaken.

WPW is een aangeboren hartafwijking, maar is meestal niet erfelijk.

Lange QT-syndroom

Dit is een aangeboren afwijking van de elektrische functie van het hart.  De aandoening is erfelijk. Het kan een ernstige aandoening zijn, die soms leidt tot plotse hartdood.

Komt het lange QT syndroom voor bij een van uw familieleden? Bespreek dan met uw arts of erfelijkheidsonderzoek nodig is. Laat ook uw hartritme onderzoeken. Behandeling kan het risico op plotse hartdood sterk verkleinen.

Catecholaminerge polymorfe ventriculaire tachycardie (CPVT)

CPVT is een zeldzame erfelijke hartziekte. Tijdens lichamelijke inspanning, bij stress of hevige emoties kan kamerfibrilleren ontstaan. Iemand wordt dan duizeligheid of verliest het bewustzijn. In het ergste geval komt iemand plots te overlijden. Het hartfilmpje is in rust normaal. Daarom wordt een holteronderzoek en een inspanningsonderzoek gedaan.

Medicijnen (een β-blokker) moeten voorkomen dat het hartritme te hoog oploopt en ernstige hartritmestoornissen ontstaan. Soms wordt preventief een Inwendige Cardioverter Defibrillator (ICD) geplaatst om een levensbedreigende situatie te voorkomen.