Atriumseptumdefect

Wat is een atriumseptumdefect?

Atriumseptumdefect (ASD, of ASD-II) is een bouwfout van het hart.

Het hart bestaat uit twee kamers en twee boezems. Tussen de twee boezems en kamers bevindt zich een tussenschot dat de boezems van elkaar scheidt.

  • tussenschot = septum
  • boezem= atrium

Een gaatje in het tussenschot tussen de boezems is een Atrium Septum Defect (ASD).

Hoe ontstaat de afwijking?

ASD is een aangeboren hartafwijking.

De baby heeft vóór de geboorte een natuurlijke opening in het tussenschot tussen de linkboezem en rechterboezem (het foramen ovale). Er zit een klepje voor de opening in het tussenschot. Het klepje staat open. Het groeit na de geboorte binnen enkele maanden vast. De natuurlijke opening sluit.

Bij kinderen met een ASD is het klepje te klein om de opening af te sluiten. Of het gat is te groot om door het klepje afgesloten te worden. Het gaatje in het tussenschot blijft zitten.

Wat zijn de gevolgen?

Extra bloed stroomt van de linkerboezem door het gaatje naar de rechterboezem. In de rechterkamer komt het samen met het bloed uit het lichaam. Dit bloed gaat naar de rechterkamer. Het hart pompt het bloed uit de rechterkamer naar de longslagader.

De extra stroom bloed belast het hart en de longen. Vooral de rechterkant van het hart moet harder werken. De rechterkant van het hart wordt groter. Uiteindelijk kunnen hartritmestoornissen en hartfalen en ontstaan.

Wat merkt u aan uw kind?

De ernst van een ASD varieert van licht tot ernstig. Hoe groter de opening in het tussenschot, hoe eerder uw kind klachten heeft. 

De meeste kinderen met ASD hebben weinig klachten. Op den duur zal iemand met een groot gaatje in het tussenschot zich minder goed kunnen inspannen. Het is sneller moe en houdt het sporten minder lang vol dan leeftijdsgenootjes.

Onderzoek & behandeling

Hoe stelt de arts een gaatje tussen de boezems vast?

De arts stelt de diagnose met behulp van echocardiografie. Hij onderzoekt de borstkas en het hart verder met röntgenonderzoek en een hartfilmpje (ECG).

Welke behandeling is mogelijk?

Een ASD gaat nooit vanzelf over. Meestal besluit de arts om het gaatje te sluiten. Hiervoor zijn twee mogelijkheden:

  • sluiten via een operatie
  • sluiten met een parapluutje

Operatie

De arts sluit het gat in het tussenschot met hechtingen. Op een  groot gat zet hij een lapje (een patch). Het lapje is meestal een stukje hartvlies (het pericard).

Parapluutje

Soms maakt de arts het gat dicht met een soort parapluutje. De arts schuift het parapluutje in het gat. Dit gebeurt met behulp van hartkatheterisatie.

Wanneer de arts een kind met een ASD opereert hangt af van de grootte en van de plaats van het gat in het tussenschot. Meestal wordt een kind voor het zesde jaar geopereerd.

Antibiotica uit voorzorg

Uw kind heeft de eerste 6 maanden na de operatie een risico om een infectie aan het hart op te lopen. Deze infectieziekte heet endocarditis. Uw kind moet uit voorzorg antibiotica gebruiken om endocarditis te voorkómen. Dit moet bij chirurgische ingrepen en bij sommige behandelingen aan gebit en tandvlees.

Veelgestelde vragen over het atriumseptumdefect

Hoe gaat het met volwassenen met ASD?

Mensen met een ASD, die tussen 1969 en 1980 een operatie ondergingen, hebben na sluiting van het gat een normale levensverwachting. Volwassenen met een ASD hebben meestal geen nieuwe operaties of andere ingrepen nodig. Zij kunnen zich normaal inspannen. Als het gaatje op jonge leeftijd gesloten wordt, kunnen hartritmestoornissen grotendeels voorkomen worden.*

Lees meer in het document Medisch beloop van aangeboren hartafwijkingen (9 pagina's)

* Dit blijkt uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam in 2004. In dit onderzoek is de levensverwachting van mensen met aangeboren hartafwijkingen onderzocht. De mensen in het onderzoek ondergingen een hartoperatie in Nederland tussen 1969 en 1980.

Bron: 'Congenital heart disease at adult age' door dr. J. Roos-Hesselink 2004

Mag mijn kind met ASD sporten?

Een kind met een klein of gesloten ASD heeft geen beperkingen bij sporten. Als u twijfelt, ga dan naar uw kindercardioloog voor een persoonlijk advies.