Onderzoek en behandeling

Een hartstilstand. U bent gereanimeerd en met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. En dan?

In het ziekenhuis vangt een team zorgverleners u op. Zij nemen de behandeling van de ambulancezorgverleners over. Zij zetten de reanimatie voort als er nog geen stabiele hartslag is. 

Als de hartslag voldoende hersteld is, wordt u naar de intensive care afdeling (ICU) gebracht. De eerste zorg hier is:

  • verbeteren van de bloeddruk
  • controleren van het hartritme
  • eventueel zorgen voor beademing
  • toedienen van zuurstof
  • verbeteren van de doorbloeding van de hartspier

Vervolgonderzoeken

Uw arts doet nader onderzoek naar de oorzaak en bepaalt welke behandeling het beste bij u past om herhaling te voorkomen. Mogelijke onderzoeken zijn: 

  • hartkatheterisatie
  • elektrofysiologisch onderzoek (EFO)

Hartkatheterisatie

Dit onderzoek dient om verstopte kransslagaderen op te sporen. Eventueel volgt een dotterbehandeling en stentplaatsing. Het onderzoek gebeurt soms al kort na opname.

Elektrofysiologisch onderzoek (EFO)

Dit onderzoek is om ernstige hartritmestoornissen te ontdekken. Sommige ritmestoornissen zijn te behandelen met een ablatie. Een cardioloog brandt hierbij haarden weg van waaruit een levensgevaarlijke hartritmestoornis kan ontstaan.

Erfelijksonderzoek

Een hartritmestoornis kan het gevolg zijn van een afwijking in de genen. In de genen is ons erfelijk materiaal vastgelegd.

  • heeft u in de naaste familie mensen die voor hun 50 e levensjaar zijn overleden aan een hartstilstand
  • heeft u zelf een hartstilstand overleefd?

Dan kan een erfelijke afwijking de oorzaak zijn. Is een erfelijke afwijking gevonden, dan is het belangrijk dat alle naaste familieleden hierop worden onderzocht.

Behandeling

Soms leidt een electrofysiologisch onderzoek tot plaatsing van een implanteerbare cardioverter defibrillator (ICD). Dit apparaatje spoort ernstige ritmestoornissen snel op en geeft indien nodig een schok af. Het hartritme herstelt zich weer snel.