Strippen

Bij strippen verwijdert de chirurg de spatader via twee betrekkelijk kleine sneetjes. Door een snee van 4 tot 5 centimeter in de lies bindt de chirurg de aders af. Via een snee van 2 centimeter in de knie of bij de enkel wordt een voerdraad door de ader omhoog geschoven. Na het lossnijden van wat zijtakjes trekt de chirurg de spatader met de voordraad naar buiten.

De behandeling gebeurt onder algehele of plaatselijke narcose.

Na de behandeling krijgt u een drukverband om zwelling en bloeduitstortingen te voorkomen. Na enkele dagen wordt het drukverband vervangen door Therapeutische Elastische Kousen (TEK).

Cryostrip
Nieuwe technieken zijn er op gericht complicaties zo veel mogelijk te voorkomen. Een voorbeeld van een nieuwe techniek is bevriezing (cryostrip) van de ader voordat de chirurg deze verwijdert. De chirurg brengt de voerdraad vanaf de snee in de lies tot net voorbij de knieholte. De punt van de draad wordt heel sterk gekoeld. Hierdoor vriest de ader vast aan de draad en is nu te verwijderen. Een snee in de knieholte is dan niet nodig.

Is strippen de juiste behandeling voor u?

Onderzoek heeft aangetoond dat strippen niet altijd nodig is. Bij een sterk aangetaste stamader, die loopt van de lies tot de enkel, is strippen de beste behandeling.

Risico's en complicaties

Complicaties die kunnen voorkomen bij strippen zijn:

  • trombose
  • nabloeding
  • wondinfectie
  • bloeduitstorting
  • beschadiging van een zenuw

Het grootste risico is dat uw voet gevoelloos wordt door een beschadiging van de zenuw. Deze zenuw ligt vlak naast de grote beenader in het onderbeen. Als de kans op deze complicatie groot is dan beperkt de chirurg het strippen van de lies tot aan de knie. De chirurg zal de spataders in het onderbeen dan inspuiten.