Inspuiten of sclerocompressietherapie
Het inspuiten van spataders wordt ook wel sclerocompressietherapie genoemd.
De arts spuit een vloeistof in de spatader. Dit geeft een licht pijnlijk of branderig gevoel. De vloeistof veroorzaakt een onschuldige ontstekingsreactie aan de binnenkant van de ader. Als de ader goed wordt dichtgedrukt, kleeft de wand door de ontsteking vast. De ader verhardt (scleroseren = verharden) en wordt een bindweefselstrengetje. De ader is dan onzichtbaar. Er kan geen bloed meer doorstromen. Het bloed stroomt voortaan langs andere aders naar het hart terug.
Inspuiten wordt vaak gecombineerd met crossectomie of strippenStrippen. De behandeling gebeurt poliklinisch.
Elastische zwachtels, pleisterverbanden of kousen zorgen ervoor dat de ader goed dicht gedrukt wordt. Na de behandeling moet u:
- de eerste 2 weken (afhankelijk van de gebruikte vloeistof) de zwachtels of drukverbanden dag en nacht dragen
- daarna nog ongeveer 4 weken overdag een elastische kous dragen (afhankelijk van uw persoonlijke situatie)
Is inspuiten een geschikte behandeling voor u?
Inspuiten gebeurt vooral bij spataders die weinig klachten geven. Er moeten wel voldoende goed werkende aders in het been over zijn.
Inspuiten is niet mogelijk als:
- er geen goed drukverband aangelegd kan worden
- u niet voldoende mobiel bent
- u korter dan een jaar geleden trombose hebt gehad
- u zwanger bent of pas zwanger bent geweest
- u allergisch bent voor de vloeistof
Risico's en comlicaties
Complicaties zijn niet altijd te voorkomen, hoe goed het inspuiten ook gebeurt. Mogelijke complicaties zijn:
- bruine verkleuring van de huid, deze trekt niet altijd helemaal weg
- het ontstaan van nieuwe ragfijne vaatjes (teleangiƫctatic matting)
- het stuk gaan van de huid door lekken van de vloeistof of kramp van de kleine slagadertjes
- een overgevoeligheidsreactie (komt zelden voor)
