Crossectomie
In het been liggen diepe en oppervlakkige aders. Tussen de diepe en oppervlakkige aders lopen verbindingsaders. Spataders in de oppervlakkige- en verbindingsaders komen in aanmerking voor crossectomie.
Na het dichtbinden staat de spatader niet meer onder hoge druk van de bovengelegen bloedvaten. Omdat u voldoende aders heeft zoekt het bloed via dieper gelegen aders een andere weg terug naar het hart.
De behandeling van spataders op deze manier gebeurt vooral bij spataders die weinig klachten geven. Er moeten wel voldoende goed werkende aders in het been over zijn.
Crossectomie wordt vaak gecombineerd met andere behandelingen voor spataders zoals strippen of inspuitingen.
Hoe verloopt de behandeling
U krijgt een plaatselijke verdoving. De vaatchirurg zoekt de aderen aan de bovenkant in de lies of in de knieholte op. De aders worden dichtgebonden met een draadje. De vaatchirurg hecht de wond en dekt deze af met een pleister.
De ingreep vindt meestal poliklinisch plaats. Soms is opname in het ziekenhuis nodig, bijvoorbeeld als bij u ook spataders operatief worden verwijderd (strippen).
Complicaties
Complicaties die kunnen voorkomen na een crossectomie zijn:
- trombose
- nabloeding
- wondinfectie
- bloeduitstorting
Bloeduitstortingen zijn niet altijd te voorkomen. Meestal trekken deze binnen enkele weken vanzelf weg.
