Wat is dotteren

Een dotter- of stentbehandeling heft vernauwingen op in uw kransslagaders door het opblazen van een ballonnetje. Hoe moet u zich dat voorstellen?

Via een slagader in uw lies of pols brengt de interventiecardioloog een dunne draad naar de vernauwing in de kransslagader van uw hart. Vervolgens schuift hij over de draad een ballonnetje naar de plek van de vernauwing. Daar blaast hij het ballonnetje op waardoor de vaatwand met de plaque verwijdt. Dit opblazen wordt een aantal keren herhaald totdat het bloedvat wijd genoeg is en niet meer terugveert. 

Wat is een stent? 
Een stent is een soort balpenveertje van metaal. De stent voorkomt dat het bloedvat na het dotteren weer terugveert. Om opnieuw dichtslibben  in de stent te voorkomen worden ook stents met medicijnen erin gebruikt (drug eluting stents).

De arts plaatst een stent wanneer:

  • de vaatwand blijft terugveren na het dotteren
  • er stukjes van de plaque of vaatwand loskomen

Wat is de kans op succes?
Meer dan 95% van de dotterbehandelingen slaagt. De kans dat u opnieuw klachten krijgt na een dotterbehandeling is ongeveer 30% en na een stentplaatsing ongeveer 20%. Dit is vooral in het eerste half jaar. Na een half jaar wordt de kans snel kleiner.

Hoe verloopt de behandeling?

Voorafgaand aan de behandeling krijgt u een hartkatheterisatie. Dit onderzoek is nodig om de juiste behandeling te bepalen. Dit is niet op dezelfde dag als de dotterprocedure en hoeft ook niet in hetzelfde ziekenhuis te gebeuren.

Vlak voor de behandeling
De verpleegkundige scheert, ontsmet en verdooft de huid waar de katheter ingebracht wordt. Als u erg angstig bent, kunt u een kalmerend middel krijgen.

Tijdens de behandeling
U ligt op een smal bed in een kamer met röntgenapparatuur. De contrastvloeistof veroorzaakt een warm gevoel. U voelt een beklemmende pijn als het ballonnetje de kransslagader tijdelijk afsluit. Dit hoort bij de behandeling en is van korte duur.

Na de behandeling
Het inbrenghulsje blijft nog enkele uren in uw lies, pols of elleboog zitten om de kans op nabloeden te verkleinen. Ook kunnen de artsen u zo snel opnieuw behandelen als de kransslagader toch nog terugveert.

Terug op de afdeling
Op de afdeling houdt de verpleegkundige u goed in de gaten en maakt een paar keer een hartfilmpje (ECG). Hij verwijdert het inbrenghulsje en drukt het gaatje in het bloedvat dicht. U krijgt een drukverband of een afdichtingsdopje dat vanzelf oplost.

Een lichte, zeurende pijn is normaal. Als de pijn erger wordt, meld dit dan aan de verpleegkundige. Drink veel om de resten van de contrastvloeistof snel uit te plassen.

Weer thuis
Enkele tips voor de eerste periode:

  • doe de eerste dagen voorzichtig met het been of de arm waarin u bent geprikt
  • neem uw medicijnen in volgens voorschrift
  • U houdt minstens een week een trekkerig gevoel in de hartstreek. Dit verdwijnt vanzelf.

Risico's en complicaties

Voorafgaand aan de dotter- en stentbehandeling heeft u waarschijnlijk een hartkatheterisatie ondergaan. De risico's van beide behandelingen zijn vergelijkbaar.

Meestal verloopt de ingreep zonder problemen. Toch is er altijd een kleine kans op complicaties, zoals: 

  • een bloeduitstorting bij het prikgat
  • een afwijking van het hartritme
  • een overgevoeligheidsreactie op de contrastvloeistof
  • kramp van de kransslagader

Zelden zijn er ernstige complicaties zoals:  

  • de vorming van een bloedstolsel, dit kan leiden tot een  hartinfarct of een herseninfarct
  • overbelasting van de bloedsomloop en kortademigheid door de hoeveelheid contrastvloeistof
  • een inwendige bloeding door beschadiging van een bloedvat
    Een dotter- en stentbehandeling vindt in principe alleen plaats in ziekenhuizen of hartcentra waar ook hartchirurgen werken. In geval van complicaties moet u snel geopereerd worden. 
     

Veelgestelde vragen

Mijn cardioloog zegt dat ik kans heb op een restenose na een dotterbehandeling. Wat is dit?
Een stenose is een vernauwing. Een dotter- of stentbehandeling heft vernauwingen op. Soms treedt er in dat bloedvat toch opnieuw een vernauwing op. Dit heet restenose. De oorzaken zijn:

  • het proces van slagaderverkalking in de vaatwand gaat door en zorgt opnieuw voor een vernauwing
  • littekenvorming in de stent als reactie van het lichaam op de stent  (in-stent-restenose)

Er zijn stents die medicijnen bevatten om littekenvorming tegen te gaan (drug eluting stents).

Waarom moet ik antistolling gebruiken na het plaatsen van een stent?
U krijgt zowel tijdens als na het plaatsen van een stent antistollingsmiddelen.
Tijdens de behandeling is het belangrijk dat uw bloed niet gemakkelijk stolt en er geen bloedstolseltjes ontstaan aan de katheter. U krijgt dan antistolling via een infuus.
Na plaatsing van een stent zorgt uw lichaam ervoor dat de stent ingekapseld wordt. Zolang de stent niet bedekt is met een nieuw laagje cellen is er meer kans op bloedstolseltjes.

Hoe verbeter ik mijn conditie na een dotter- of stentbehandeling?
De meeste ziekenhuizen bieden een hartrevalidatieprogramma aan. Hier leert u om weer vertrouwen in uw lichaam te krijgen en werkt u aan uw lichamelijke conditie.Via de Beweegzoeker van de Hart & Vaatgroep vindt u sportmogelijkheden onder deskundige begeleiding bij u in de buurt.